
Bij macramé worden draden of koorden volgens een bepaald patroon om en door elkaar geknoopt. Sommige draden vormen de basis van het werk, terwijl andere draden worden gebruikt om de knopen te leggen.
Door de richting, afstand en herhaling van de knopen te veranderen, ontstaan rechte lijnen, diagonale patronen, spiralen, netstructuren en decoratieve vormen.
Macramé wordt meestal gemaakt met katoenen koord, maar ook jute, linnen, synthetisch koord en gerecyclede vezels kunnen worden gebruikt.
Wat kun je met macramé maken?
- Wandhangers
- Plantenhangers
- Sleutelhangers
- Armbanden
- Kettingen
- Tassen
- Onderzetters
- Dromenvangers
- Kerstdecoraties
- Boekenleggers
- Gordijnen
- Tafellopers
- Lampenkappen
- Veren en bladeren
- Decoratieve flessen en potten
- Kleine figuren
Het juiste macramékoord kiezen
Gedraaid koord
Gedraaid koord bestaat uit meerdere strengen die om elkaar zijn gedraaid. Het is stevig en geschikt voor wandhangers, plantenhangers en grotere projecten.
Je kunt de uiteinden uitkammen om zachte franjes, kwasten, veren of bladeren te maken.
Enkel gedraaid koord
Enkel gedraaid koord is zacht en gemakkelijk uit te kammen. Het geeft een volle, natuurlijke uitstraling.
Dit koord is geschikt voor decoratieve projecten, maar kan tijdens het werken gemakkelijker losdraaien.
Gevlochten koord
Gevlochten koord behoudt goed zijn vorm en rafelt weinig. Het is prettig om mee te werken en geschikt voor tassen, sleutelhangers, onderzetters en andere stevige projecten.
Het is minder geschikt wanneer je de uiteinden tot fijne franjes wilt uitkammen.
Katoen
Katoenen macramékoord is zacht, gemakkelijk te knopen en verkrijgbaar in veel kleuren en diktes. Het is een goede keuze voor beginners.
Jute
Jute heeft een natuurlijke, robuuste uitstraling. Het materiaal is stijver en ruwer dan katoen en wordt vaak gebruikt voor landelijke of botanische decoraties.
Synthetisch koord
Synthetisch koord is sterk en beter bestand tegen vocht. Afhankelijk van het type kan het geschikt zijn voor tassen, sieraden en projecten die buiten worden gebruikt.
Controleer altijd of het gekozen materiaal werkelijk voor buitengebruik bedoeld is.
Welke koorddikte gebruik je?
De juiste dikte hangt af van het project:
- 1 tot 2 mm: fijne sieraden, kleine decoraties en miniaturen
- 3 mm: sleutelhangers, kleine wanddecoraties en gedetailleerde patronen
- 4 tot 5 mm: wandhangers, plantenhangers en algemene beginnersprojecten
- 6 mm en dikker: grote wanddecoraties en opvallende woonaccessoires
Voor een eerste project is katoenen koord van ongeveer 3 tot 5 mm prettig. De knopen zijn dan groot genoeg om goed te herkennen en gemakkelijk opnieuw los te maken.
Hoeveel koord heb je nodig?
De benodigde lengte hangt af van:
- de totale lengte van het project;
- de gebruikte knopen;
- de dikte van het koord;
- het aantal draden;
- de afstand tussen de knopen;
- de lengte van franjes en afwerking.
Als algemene startregel worden draden vaak meerdere keren langer geknipt dan de gewenste eindlengte. Dichte knooppatronen gebruiken aanzienlijk meer koord dan losse patronen.
Volg bij een bestaand ontwerp bij voorkeur de opgegeven lengtes. Knip bij twijfel iets meer koord af. Een te lange draad kun je later inkorten, maar een te korte draad is moeilijker te verlengen.
Belangrijke begrippen
Werkdraden
Werkdraden zijn de koorden waarmee je de knopen legt. Ze bewegen rond de andere draden en gebruiken daardoor meestal het meeste materiaal.
Vuldraden
Vuldraden of draagdraden blijven vaak in het midden liggen. De werkdraden worden rond deze draden geknoopt.
Drager
De drager is het voorwerp waaraan de koorden worden bevestigd. Dit kan een houten stok, metalen ring, sleutelring of ander stevig onderdeel zijn.
Knooppatroon
Een knooppatroon geeft aan welke draden je gebruikt, in welke richting je knoopt en hoe vaak je een knoop herhaalt.
Veelgebruikte macraméknopen
De Nederlandse namen kunnen per patroon of fabrikant verschillen. Bekijk daarom altijd de legenda van het gebruikte patroon.
Opzetknoop
De opzetknoop wordt ook wel bevestigingsknoop of leeuwerikskop genoemd. Hiermee bevestig je een dubbelgevouwen koord aan een stok of ring.
- Vouw het koord dubbel.
- Leg de lus over of achter de drager.
- Haal de twee losse uiteinden door de lus.
- Trek beide uiteinden gelijkmatig aan.
De richting waarin je het koord bevestigt, bepaalt aan welke kant het horizontale deel van de knoop zichtbaar is.
Platte knoop
De platte knoop wordt meestal gemaakt met vier draden. De twee middelste draden zijn de vuldraden. De buitenste draden zijn de werkdraden.
Een volledige platte knoop bestaat uit twee tegengestelde halve knopen:
- Leg de linker werkdraad over de twee middelste draden.
- Breng de rechter werkdraad over het uiteinde van de linker draad.
- Haal de rechter draad achter de middelste draden door de lus aan de linkerkant.
- Trek de draden gelijkmatig aan.
- Herhaal de beweging in spiegelbeeld vanaf de rechterkant.
Door steeds afwisselend links en rechts te beginnen, blijft het patroon plat.
Spiraalknoop
De spiraalknoop ontstaat wanneer je dezelfde halve platte knoop telkens vanaf dezelfde kant herhaalt.
Tijdens het knopen begint het werk vanzelf te draaien. Laat de koorden rustig meedraaien en forceer de spiraal niet.
Cordonknoop
Met cordonknopen maak je horizontale, verticale of diagonale lijnen.
Eén draad wordt als leidraad strak in de gewenste richting gehouden. De andere draden worden met twee opeenvolgende halve knopen rond deze leidraad bevestigd.
De hoek van de leidraad bepaalt de richting van de lijn.
Wikkelknoop
Een wikkelknoop bundelt meerdere draden en wordt vaak gebruikt om een plantenhanger, kwast of wanddecoratie af te werken.
Een apart koord wordt rond de volledige bundel gewikkeld. Het uiteinde wordt daarna onder de windingen getrokken, zodat de afwerking netjes vastzit.
Eenvoudige overhandse knoop
Dit is de gewone basisknoop die je waarschijnlijk al kent. Hij wordt gebruikt om een koord af te sluiten, kralen op hun plaats te houden of een klein accent te maken.
Stappenplan voor een macraméproject
1. Kies een eenvoudig ontwerp
Begin bijvoorbeeld met een sleutelhanger, kleine wandhanger of eenvoudige plantenhanger.
Kies een patroon met slechts één of twee soorten knopen.
2. Lees het volledige patroon
Controleer:
- welke koorddikte je nodig hebt;
- hoeveel draden je moet knippen;
- welke lengtes zijn opgegeven;
- welke knopen worden gebruikt;
- hoe groot het afgewerkte project wordt;
- welke drager en accessoires nodig zijn.
3. Knip de koorden
Meet ieder koord zorgvuldig af. Leg koorden met dezelfde lengte bij elkaar en controleer het aantal voordat je begint.
Rol zeer lange draden eventueel losjes op en zet ze met een elastiekje vast. Zo raken ze tijdens het knopen minder snel in de war.
4. Bevestig de drager
Hang een houten stok of ring stevig op werkhoogte. Je kunt ook een macramébord gebruiken of het werk met klemmen aan een tafel bevestigen.
Zorg ervoor dat de drager tijdens het knopen niet kan verschuiven.
5. Bevestig de koorden
Maak de koorden met opzetknopen aan de drager vast. Controleer of alle lussen in dezelfde richting zitten en de uiteinden ongeveer even lang zijn.
6. Verdeel de draden
Leg de koorden in de juiste volgorde. Gebruik eventueel kleine bundels of klemmen om de verschillende groepen uit elkaar te houden.
7. Begin met knopen
Volg het patroon rij per rij. Trek iedere knoop stevig maar niet overdreven hard aan.
Controleer regelmatig of de knopen op gelijke hoogte zitten en dezelfde spanning hebben.
8. Meet tijdens het werken
Gebruik een meetlint of een stukje karton als afstandshulp. Zo blijven tussenruimtes en rijen gelijkmatig.
Bekijk het project regelmatig vanop een afstand om te controleren of het recht hangt.
9. Werk het project af
Maak de voorgeschreven eindknopen of gebruik een wikkelknoop om de draden te bundelen.
Knip de uiteinden pas definitief af wanneer je zeker bent dat het patroon en de totale lengte kloppen.
10. Maak franjes
Draai de uiteinden van gedraaid koord voorzichtig uit elkaar. Kam ze van onder naar boven met een fijne kam of borstel.
Knip de franjes daarna in de gewenste vorm. Gebruik een rechte lat of sjabloon wanneer je een strakke lijn, punt of boog wilt maken.
Wat heb je nodig?
- Macramékoord
- Een schaar
- Een meetlint
- Een houten stok, ring of andere drager
- Een stevige werkhaak of bevestigingspunt
- Spelden of klemmen
- Eventueel een macramébord
- Een kam of borstel voor franjes
- Eventueel kralen en andere decoraties
- Textiellijm voor bepaalde afwerkingen
- Een patroon of knoopschema
Tips voor beginners
- Begin met katoenen koord van 3 tot 5 mm.
- Kies een lichte kleur waarin de knopen goed zichtbaar zijn.
- Oefen iedere nieuwe knoop eerst met losse proefdraden.
- Knip de koorden liever iets te lang dan te kort.
- Bevestig het werk op een comfortabele hoogte.
- Trek knopen gelijkmatig aan.
- Meet regelmatig de afstand tussen de rijen.
- Gebruik klemmen of elastiekjes om lange draden te ordenen.
- Controleer na iedere rij of je nog met de juiste draden werkt.
- Maak fout gelegde knopen zo snel mogelijk los.
- Knip franjes pas wanneer het project volledig klaar is.
- Neem regelmatig afstand om het volledige ontwerp te bekijken.
Veelgemaakte fouten
- De koorden zijn te kort
- Dichte knooppatronen verbruiken meer koord dan je aanvankelijk verwacht.
- Volg de lengtes uit het patroon en voorzie bij twijfel extra lengte.
- De knopen zijn ongelijk
- Wanneer de ene knoop veel strakker wordt aangetrokken dan de andere, gaat het patroon scheef trekken.
- Probeer iedere knoop met ongeveer dezelfde kracht aan te trekken.
- De verkeerde werkdraad gebruiken
- Bij ingewikkeldere patronen is het gemakkelijk om de volgorde van de draden kwijt te raken.
- Leg de draden steeds netjes naast elkaar en werk een volledige rij af voordat je pauzeert.
- Een platte knoop begint te draaien
- Waarschijnlijk begin je beide halve knopen vanaf dezelfde kant. Hierdoor maak je een spiraalknoop.
- Begin de tweede helft van een platte knoop altijd vanaf de tegenovergestelde kant.
- De rijen hangen scheef
- De knopen zijn mogelijk niet op dezelfde hoogte geplaatst of de drager hangt niet recht.
- Meet regelmatig en controleer de positie van de drager.
- Franjes worden ongelijk
- De uiteinden zijn te vroeg of zonder hulpmiddel afgeknipt.
- Kam de franjes eerst volledig uit en gebruik daarna een liniaal of kartonnen sjabloon.
- Het patroon trekt naar één kant
- Dit kan ontstaan door een ongelijke draadspanning of doordat steeds aan dezelfde kant harder wordt getrokken.
- Controleer regelmatig of de middelste draden recht blijven lopen.
- Veilig en comfortabel werken
- Gebruik een scherpe schaar uitsluitend voor het knippen van koord en berg deze na gebruik veilig op.
- Controleer of houten stokken, metalen ringen en ophangpunten stevig genoeg zijn voor het afgewerkte project. Een decoratieve plantenhanger moet zowel het gewicht van de pot als dat van de plant en natte potgrond kunnen dragen.
- Hang zware wanddecoraties op met geschikt bevestigingsmateriaal. Laat kinderen onder begeleiding werken met scharen, kralen en lange koorden.
- Werk op een comfortabele hoogte en neem regelmatig pauze. Langdurig knopen in dezelfde houding kan belastend zijn voor handen, polsen, nek en schouders.
Projecten met Macramé
We voegen binnenkort inspirerende projecten met deze techniek toe.
Techniek Macramé
Macramé is een decoratieve techniek waarbij je koord met de hand knoopt tot wanddecoraties, plantenhangers, accessoires en andere creatieve projecten. Ontdek de belangrijkste materialen, basisknopen en beginnerstips.
