Ontdek de techniek

Alles over Kruissteekborduren

Met kruissteekborduren maak je patronen, afbeeldingen en letters met kleine geborduurde kruisjes. Je volgt een telpatroon en ziet je werk steek voor steek groeien.

Van een eenvoudig bloemenmotief tot een uitgebreid landschap: met dezelfde basissteek kun je heel verschillende projecten maken. Een klein ontwerp met enkele kleuren is ideaal om te beginnen.

Bekijk materialen voor Kruissteekborduren
Handen borduren een bloemenmotief met kruissteek op aïdastof in een houten borduurring.

Wat is kruissteekborduren?

Een kruissteek bestaat uit twee diagonale steken die samen een X vormen. Door de kruisjes op de juiste plaatsen en in verschillende kleuren te borduren, ontstaat een afbeelding.

Je werkt meestal op een regelmatig geweven borduurstof. Aïda heeft duidelijk herkenbare vakjes en gaatjes, waardoor je de steken gemakkelijk kunt tellen en gelijkmatig plaatsen. Dat maakt deze stof geschikt voor beginners.

Kruissteekborduren is één techniek binnen borduren. Andere borduursteken, zoals de steelsteek en platsteek, zijn aparte technieken en vallen niet onder de kruissteek.

Wat heb je nodig?

  • Borduurstof: bijvoorbeeld aïda met duidelijk zichtbare vakjes.
  • Borduurgaren: in de kleuren van je patroon.
  • Een borduurnaald met stompe punt: passend bij de stof en de hoeveelheid garen.
  • Een kruissteekpatroon: met symbolen, kleurcodes en instructies.
  • Een klein schaartje: om draden netjes af te knippen.
  • Eventueel een borduurring: om de stof gelijkmatig op spanning te houden.

Een compleet beginnerspakket is handig: stof, garen en patroon zijn dan op elkaar afgestemd. Controleer of een naald en borduurring inbegrepen zijn.

Welke borduurstof kies je?

Aïda

Aïda is geweven in herkenbare blokjes. Bij een gewone kruissteek borduur je over één blokje, met de gaatjes op de vier hoeken als insteekpunten.

Op de verpakking staat vaak een getal met ‘count’ of ‘ct’. Dat geeft bij aïda het aantal kruisjes per inch aan.

Aïda Ongeveer aantal kruisjes per cm Resultaat
11 count 4,3 Grotere kruisjes
14 count 5,5 Middelgrote kruisjes
16 count 6,3 Fijnere kruisjes
18 count 7,1 Kleine, fijne kruisjes

Hoe hoger het getal, hoe kleiner de kruisjes. Hetzelfde patroon wordt op fijnere stof dus kleiner.

Evenweave en linnen

Op gelijkmatig geweven stof en borduurlinnen tel je de afzonderlijke weefseldraden. Vaak borduur je een kruisje over twee draden in beide richtingen, maar volg steeds het patroon.

Dit vraagt wat meer telwerk dan borduren op aïda.

Zo lees je een kruissteekpatroon

Een telpatroon bestaat uit een rooster. Bij een patroon met volledige kruisjes stelt elk vakje één kruissteek voor.

Een symbool verwijst via de legenda naar een garenkleur. De instructies vermelden ook hoeveel draadjes je gebruikt en of er aanvullende steken nodig zijn. Dikkere rasterlijnen verdelen het patroon vaak in blokken van tien vakjes.

Let op: een leeg vakje betekent niet automatisch dat je wit moet borduren. Controleer de legenda; het kan ook ongeborduurde stof voorstellen.

Kruissteekborduren stap voor stap

1. Bereid de stof voor

Controleer of je stof groot genoeg is voor het ontwerp én de afwerking. Houd rondom voldoende extra stof over voor een ring, lijst of naaiwerk.

Werk rafelende randen eventueel af met een zigzagsteek of een andere geschikte randafwerking.

2. Zoek het midden

Vouw de stof voorzichtig dubbel in beide richtingen om het midden te vinden. Zoek ook het midden van het patroon, vaak aangeduid met pijltjes.

Vanuit het midden beginnen helpt om je ontwerp goed op de stof te plaatsen.

3. Bereid het garen voor

Knip een hanteerbare lengte af, bijvoorbeeld ongeveer 40 à 50 cm.

Veel moulinégaren bestaat uit zes losse draadjes. Je gebruikt niet noodzakelijk alle zes tegelijk. Haal het voorgeschreven aantal draadjes uit de streng en rijg ze door de naald.

Let op: ‘twee draadjes’ betekent twee losse draadjes uit het garen, niet twee volledige strengen. Op 14-count aïda worden vaak twee draadjes gebruikt voor kruissteek, maar de instructies van je patroon blijven bepalend.

4. Zet de draad vast

Laat aan de achterkant een kort draadeind liggen en werk dit onder je eerste steken mee vast. Zorg dat het niet door de stof wordt getrokken.

Zo kun je zonder dikke knoop beginnen.

5. Maak je eerste kruisje

Neem één aïdavakje met vier hoekgaatjes:

  1. Kom met de naald van achteren naar voren door het gaatje linksonder.
  2. Steek naar achteren door het gaatje rechtsboven.
  3. Kom naar voren door het gaatje rechtsonder.
  4. Steek naar achteren door het gaatje linksboven.

Je hebt nu een X gemaakt.

Trek de draad rustig aan, zodat hij mooi op de stof ligt zonder het weefsel samen te trekken.

6. Borduur verder

Je kunt elk kruisje meteen afmaken. Bij een rij van dezelfde kleur kun je ook eerst alle onderste diagonalen borduren en daarna terugwerken met de bovenste diagonalen.

Zorg dat de bovenste diagonaal van je kruisjes steeds dezelfde richting heeft. Dat geeft een rustig, gelijkmatig resultaat.

7. Hecht de draad af

Werk het draadeind aan de achterkant onder enkele bestaande steken door. Knip het overtollige stukje af zonder de steken te raken.

Begin een nieuwe draad wanneer de oude te kort wordt om comfortabel te werken.

Welke steken kun je nog tegenkomen?

Sommige kruissteekpatronen combineren meerdere steken:

  • Volledige kruissteek: de gewone X.
  • Halve kruissteek: één diagonale steek, bijvoorbeeld voor een lichtere achtergrond.
  • Kwart- en driekwartkruissteek: voor schuine randen en fijnere vormen.
  • Stiksteek: een aparte borduursteek voor contouren, letters en details.
  • Franse knoop: een aparte borduursteek voor kleine ronde accenten.

Voor een eerste project is een patroon met vooral volledige kruisjes het overzichtelijkst.

Afwerken en verzorgen

Controleer eerst of alle steken aanwezig zijn en de draadeinden goed vastzitten.

Wil je het werk wassen of strijken? Volg de onderhoudsinstructies van zowel de stof als het garen. Handgeverfde of speciale garens kunnen een andere behandeling vereisen.

Als strijken toegestaan is, doe je dat bij voorkeur langs de achterkant op een zachte, schone ondergrond, zodat de kruisjes niet worden platgedrukt.

Je kunt je borduurwerk inlijsten, afwerken in een borduurring of verwerken in een kaart, kussen of ander textielproject.

Voor wie is kruissteekborduren geschikt?

Kruissteekborduren past bij wie graag nauwkeurig werkt en plezier haalt uit een patroon dat langzaam groeit. Je hoeft geen ervaring met naaien of tekenen te hebben.

Kinderen kunnen beginnen met een passend beginnerspakket, grovere stof en begeleiding. Bewaar naalden en schaartjes veilig.

Moeilijkheidsgraad: beginner tot gevorderd, afhankelijk van de stof, het aantal kleuren, de details en eventuele aanvullende steken.

Ontdek ook

Werk je graag volgens een telpatroon? Bekijk dan ook Pixelhobby en diamond painting.

Wil je borduren op een stevige ondergrond? Ontdek plastiekstramien. Daarop kun je verschillende borduursteken gebruiken, waaronder kruissteek wanneer die bij het patroon past.

Wat heb je nodig?

  • Borduurstof: bijvoorbeeld aïda met duidelijk zichtbare vakjes.
  • Borduurgaren: in de kleuren van je patroon.
  • Een borduurnaald met stompe punt: passend bij de stof en de hoeveelheid garen.
  • Een kruissteekpatroon: met symbolen, kleurcodes en instructies.
  • Een klein schaartje: om draden netjes af te knippen.
  • Eventueel een borduurring: om de stof gelijkmatig op spanning te houden.

Tips voor beginners

  • Begin met een klein motief en enkele duidelijk verschillende kleuren.
  • Tel regelmatig na, vooral voordat je een nieuw gedeelte begint.
  • Markeer afgewerkte vakjes op een werkkopie van je patroon.
  • Houd de draadspanning gelijkmatig.
  • Laat de naald af en toe los hangen om gedraaide draad te laten ontspannen.
  • Vermijd lange draden achter ongeborduurde delen; die kunnen doorschijnen.
  • Bewaar garen met het merk en de kleurcode erbij.
  • Haal je werk bij langere pauzes uit de borduurring om afdrukken te beperken.

Veelgemaakte fouten

  • Probleem Wat kun je doen?
  • Het patroon sluit niet meer aan. Controleer vanaf een herkenbaar punt en haal verkeerd geplaatste steken voorzichtig uit.
  • De stof trekt samen. Trek minder hard aan en controleer de spanning in je borduurring.
  • Het garen raakt vaak in de knoop. Gebruik een kortere draad en laat hem regelmatig uitdraaien.
  • De kruisjes ogen onrustig. Controleer of alle bovenste diagonalen dezelfde kant op liggen.
  • Donkere draden schijnen door. Vermijd lange overbruggingen achter lichte of ongeborduurde stof.
  • Het garen slijt tijdens het borduren. Controleer of de naald groot genoeg is en gebruik kortere draadlengtes.

Projecten met Kruissteekborduren

We voegen binnenkort inspirerende projecten met deze techniek toe.

Techniek Kruissteekborduren

Maak een afbeelding, kruisje voor kruisje