Ontdek de techniek

Alles over Kaarsen gieten

Bij kaarsen gieten smelt je speciale kaarsenwas en giet je die rond een lont in een hittebestendig recipiënt of een kaarsenmal. Met verschillende wassen, kleuren, vormen en geuren maak je kaarsen die helemaal bij je interieur of een bepaald seizoen passen.

De basistechniek is eenvoudig, maar veilig en goed brandgedrag vragen nauwkeurig werken. De juiste combinatie van was, lont, kleurstof, geurstof en kaarsdiameter moet altijd worden getest.

Bekijk materialen voor Kaarsen gieten
Gesmolten kaarsenwas in een glazen kaarsenpot met gecentreerde lont gieten

Wat is kaarsen gieten?

Kaarsenwas is bij kamertemperatuur vast. Door de was gecontroleerd te verwarmen wordt ze vloeibaar en kan ze in een vorm of recipiënt worden gegoten.

Tijdens het afkoelen wordt de was opnieuw hard. De lont transporteert later de gesmolten was naar de vlam, waar deze als brandstof wordt verbruikt.

Voor een veilige en gelijkmatige kaars moeten de volgende onderdelen bij elkaar passen:

  • Het type was
  • De diameter van de kaars
  • Het gebruikte recipiënt of de mal
  • Het type en de dikte van de lont
  • De hoeveelheid kleurstof
  • De soort en hoeveelheid geurstof

Welke kaarsen kun je gieten?

  • Geurkaarsen in een pot
  • Stompkaarsen
  • Kaarsen in siliconenmallen
  • Theelichtjes
  • Votiefkaarsen
  • Drijfkaarsen
  • Decoratieve vormkaarsen
  • Gelaagde kaarsen
  • Kaarsen met verschillende kleuren
  • Seizoenskaarsen
  • Kleine geschenkkaarsen
  • Waxmelts zonder lont

Niet iedere was is geschikt voor ieder type kaars. Gebruik bijvoorbeeld vormwas voor kaarsen die na het afkoelen uit een mal moeten komen en containerwas voor kaarsen die in hun pot blijven zitten.

Soorten kaarsenwas

Paraffinewas

Paraffine is verkrijgbaar in verschillende smeltpunten en samenstellingen. Er bestaan varianten voor potkaarsen, vormkaarsen en andere toepassingen.

Paraffine kan kleur en geur goed opnemen. Volg steeds de instructies van de leverancier voor smelten, toevoegen van geur en gieten.

Sojawas

Sojawas wordt veel gebruikt voor kaarsen in potten. Veel soorten sojawas zijn relatief zacht en daardoor niet automatisch geschikt voor vrijstaande vormkaarsen.

Sojawas kan tijdens het afkoelen een kristalachtig of gemarmerd oppervlak ontwikkelen. Dit wordt vaak frosting genoemd en is meestal alleen een uiterlijk kenmerk.

Koolzaadwas

Koolzaadwas wordt vaak gebruikt voor containerkaarsen en wasmengsels. De precieze eigenschappen verschillen per product.

Controleer of de gekozen koolzaadwas geschikt is voor een pot, mal of vrijstaande kaars.

Bijenwas

Bijenwas heeft een eigen natuurlijke kleur en geur. Ze kan worden gegoten, maar wordt ook gebruikt in platen die rond een lont worden gerold.

Bijenwas vraagt een lont die bij de hardheid en diameter van de kaars past.

Stearine

Stearine kan als kaarsenwas of als onderdeel van een wasmengsel worden gebruikt. Ze wordt onder andere toegepast bij stevige vorm- en stompkaarsen.

Niet ieder additief is met iedere was combineerbaar. Meng producten alleen volgens de aanwijzingen van de leverancier.

Wasmengsels

Veel kaarsenwassen zijn mengsels die voor een specifieke toepassing zijn samengesteld. Een kant-en-klare container- of vormwas is voor beginners vaak eenvoudiger dan zelf verschillende wassen en toevoegingen combineren.

Containerwas en vormwas

Containerwas

Containerwas is bedoeld voor kaarsen die in hun pot of blik blijven zitten. De was mag zich aan de binnenzijde van het recipiënt hechten en is vaak zachter.

Vormwas

Vormwas moet na het afkoelen stevig genoeg zijn om uit de mal te worden gehaald. Ze krimpt meestal voldoende om gemakkelijker los te komen.

Gebruik geen zachte containerwas voor een vrijstaande kaars, tenzij de leverancier aangeeft dat dit mogelijk is.

De juiste lont kiezen

De lont bepaalt hoeveel vloeibare was naar de vlam wordt getransporteerd. Een passende lont zorgt voor een rustige vlam en een gelijkmatig smeltbad.

De keuze hangt onder andere af van:

  • De soort was
  • De diameter van de kaars
  • De gebruikte geurstof
  • De hoeveelheid kleurstof
  • De vorm van het recipiënt
  • Het aantal lonten

Een te kleine lont kan verdrinken of een smalle tunnel in de was branden. Een te grote lont kan een hoge vlam, roet, een te diep smeltbad of een oververhit recipiënt veroorzaken.

Gebruik de maattabel van de leverancier als vertrekpunt en maak daarna altijd proefkaarsen. Alleen een volledige brandtest toont of de combinatie correct werkt.

Houten of katoenen lont

Katoenen lont

Katoenen lonten bestaan in verschillende vlechtwijzen en diktes. Ze worden veel gebruikt voor zowel container- als vormkaarsen.

Houten lont

Houten lonten geven een brede vlam en kunnen tijdens het branden een zacht knisperend geluid maken. Ze moeten geschikt zijn voor de gebruikte was en kaarsdiameter.

Ook een houten lont moet door middel van proefbranden worden gecontroleerd.

Kleurstof gebruiken

Gebruik uitsluitend kleurstof die voor kaarsenwas bedoeld is. Gewone voedingskleurstof is op waterbasis en mengt niet goed met was.

Voeg eerst een kleine hoeveelheid kleurstof toe. De kleur van vloeibare was lijkt vaak donkerder dan die van de afgekoelde kaars.

Veel kleurstof kan het brandgedrag beïnvloeden. Noteer daarom steeds hoeveel je gebruikt en overschrijd de aanbeveling van de leverancier niet.

Geurstof gebruiken

Gebruik alleen geurstof die uitdrukkelijk voor kaarsen geschikt is.

Iedere was heeft een maximale hoeveelheid geurstof die ze goed kan opnemen. Te veel geurstof kan leiden tot zweten, slechte hechting, instabiel brandgedrag of een vlam die niet goed functioneert.

Weeg de geurstof nauwkeurig af en volg de aanbevolen:

  • Maximumhoeveelheid
  • Toevoegtemperatuur
  • Roertijd
  • Giettemperatuur
  • Uithardingstijd

Voeg niet zomaar parfum, bakaroma of een willekeurige etherische olie toe. Niet iedere geurstof is geschikt om in een brandende kaars te gebruiken.

Het juiste recipiënt kiezen

Gebruik alleen glazen potten, metalen blikken of keramische recipiënten die door de leverancier geschikt zijn verklaard voor kaarsen.

Gebruik geen willekeurige drinkglazen, dunne decoratiepotjes, beschadigd glas of recipiënten met barsten. Deze kunnen door hitte of temperatuurverschillen breken.

Controleer elk recipiënt vóór het gieten op:

  • Barsten
  • Beschadigingen
  • Scherpe randen
  • Vervorming
  • Vuil of vocht

Het recipiënt moet volledig schoon en droog zijn.

Stappenplan voor een eenvoudige potkaars

1. Bereid de werkplek voor

Werk op een stabiele, hittebestendige ondergrond. Bescherm de tafel en houd kinderen en huisdieren uit de werkruimte.

Zorg dat alle materialen klaarstaan voordat je de was begint te verwarmen.

Draag gesloten schoenen en hittebestendige handschoenen. Vermijd losse kleding en bind lang haar samen.

2. Bereken de hoeveelheid was

Bepaal hoeveel was in het recipiënt past. Weeg de was en noteer het gebruikte gewicht.

Gebruik steeds een weegschaal. Maatbekers geven bij vaste wasvlokken geen betrouwbare gewichtsmeting.

3. Plaats de lont

Bevestig het lontvoetje in het midden van het recipiënt met een geschikte lontsticker of hittebestendige bevestiging.

Zet de bovenkant van de lont vast met een lontcentreerder. De lont moet tijdens het gieten recht en in het midden blijven staan.

4. Smelt de was

Smelt de was in een geschikte wassmelter of smeltkan met indirecte, gecontroleerde warmte.

Gebruik een thermometer en blijf tijdens het smelten aanwezig. Verwarm de was nooit rechtstreeks boven een open vlam.

Volg de maximale temperatuur van de fabrikant. Verschillende wassen hebben verschillende smelt- en verwerkingstemperaturen.

Laat nooit water in de gesmolten was terechtkomen.

5. Voeg kleurstof toe

Voeg de kaarskleurstof toe op de temperatuur die de fabrikant aanbeveelt.

Roer rustig totdat de kleur volledig en gelijkmatig is verdeeld. Vermijd krachtig roeren, want daardoor kunnen luchtbellen ontstaan.

6. Voeg eventueel geurstof toe

Laat de was indien nodig afkoelen tot de aanbevolen toevoegtemperatuur.

Weeg de geurstof af en voeg niet meer toe dan de leverancier toestaat. Roer gedurende de voorgeschreven tijd langzaam maar grondig.

7. Controleer de giettemperatuur

Laat de was afkoelen tot de temperatuur die voor de gebruikte was en het recipiënt wordt aanbevolen.

Een verkeerde giettemperatuur kan leiden tot luchtbellen, scheuren, een ruw oppervlak of slechte hechting aan het glas.

8. Giet de kaars

Giet langzaam en gelijkmatig. Houd een kleine hoeveelheid was apart wanneer het gebruikte type was later een tweede gieting nodig kan hebben.

Controleer of de lont nog steeds recht en gecentreerd staat.

9. Laat de kaars afkoelen

Laat de kaars op een vlakke, tochtvrije plaats staan. Verplaats het recipiënt niet terwijl de was nog vloeibaar is.

Laat de kaars geleidelijk afkoelen. Probeer het proces niet te versnellen in een koelkast of diepvries, tenzij de fabrikant dit uitdrukkelijk adviseert.

10. Werk het oppervlak af

Sommige wassen vormen tijdens het afkoelen een kuiltje rond de lont. Prik of verwarm de kaars alleen opnieuw volgens de aanbevolen methode voor het gebruikte product.

Wanneer een tweede gieting nodig is, gebruik je de achtergehouden was.

11. Laat de kaars uitharden

De kaars moet volledig afkoelen en daarna gedurende de aanbevolen periode uitharden. Dit is vooral belangrijk voor geurkaarsen.

De benodigde tijd verschilt per wastype en samenstelling.

12. Knip de lont bij

Knip de lont vóór het eerste gebruik terug tot ongeveer 6 mm, tenzij de fabrikant van de lont een andere lengte voorschrijft.

Plaats daarna een veiligheidslabel op de onderzijde van het recipiënt.

Kaarsen in een mal gieten

Bij een vormkaars wordt de lont door of in het midden van de mal geplaatst. Sluit eventuele openingen zorgvuldig af voordat je giet.

Gebruik een lossingsmiddel alleen wanneer dit voor de mal en was wordt aanbevolen.

Laat de kaars volledig afkoelen voordat je de mal verwijdert. Te vroeg lossen kan de kaars vervormen, breken of beschadigen.

Knip naden en overtollige was voorzichtig bij. Plaats een vrijstaande kaars altijd op een passende, hittebestendige kaarsenhouder.

Proefbranden

Iedere nieuwe combinatie van was, lont, kleurstof, geurstof en recipiënt moet worden getest.

Maak minstens één proefkaars en noteer:

  • Type en partij was
  • Lonttype en lontmaat
  • Diameter van het recipiënt
  • Hoeveelheid kleurstof
  • Soort en percentage geurstof
  • Smelttemperatuur
  • Toevoegtemperatuur
  • Giettemperatuur
  • Uithardingstijd

Brand de testkaars uitsluitend onder voortdurend toezicht op een stabiele, hittebestendige ondergrond.

Controleer tijdens verschillende brandsessies:

  • De hoogte en rust van de vlam
  • De breedte en diepte van het smeltbad
  • Eventuele rook of roetvorming
  • De temperatuur van het recipiënt
  • Of de lont blijft branden
  • Of de lont een grote koolstofvorming ontwikkelt
  • Of de vlam te dicht bij de bodem of zijkant komt

Stop het gebruik wanneer de vlam ongewoon hoog wordt, voortdurend flikkert, veel roet produceert of het recipiënt zorgwekkend heet wordt.

Eén korte test is niet voldoende. Test de kaars tijdens haar volledige gebruiksduur, omdat het gedrag verandert wanneer de vlam dieper in het recipiënt komt.

Decoraties in kaarsen

Plaats geen gedroogde bloemen, kruiden, bladeren, koffiebonen, papier, houtstukjes of andere brandbare decoraties rond de lont of in het toekomstige smeltbad.

Deze materialen kunnen zelf ontbranden en een tweede vlam veroorzaken.

Kies voor kleur, vorm, een veilig recipiënt of decoratie aan de buitenzijde die tijdens het branden niet met warmte of vlam in contact komt.

Veilig kaarsen gieten

  • Laat smeltende was nooit onbeheerd achter.
  • Gebruik geen open vlam om was te smelten.
  • Gebruik een thermometer.
  • Houd water uit de gesmolten was.
  • Draag hittebestendige handschoenen en gesloten schoenen.
  • Zorg voor goede ventilatie.
  • Houd kinderen en huisdieren weg van hete was.
  • Houd brandbare materialen uit de buurt van de warmtebron.
  • Zorg dat een passend deksel en geschikte brandblusvoorziening bereikbaar zijn.
  • Gebruik nooit water op brandende was.
  • Schakel de warmtebron alleen uit als dit veilig kan.
  • Verlaat bij een onbeheersbare brand onmiddellijk de ruimte en bel 112.
  • Giet gemorste was nooit door de gootsteen.

Bij contact met hete was koel je de huid onmiddellijk langdurig met zacht stromend, koel water. Trek vastzittende was niet van de huid en vraag medisch advies bij een ernstige of uitgebreide brandwond.

Veilig gebruik van de afgewerkte kaars

  • Knip de lont vóór gebruik tot ongeveer 6 mm.
  • Plaats de kaars op een stabiele, hittebestendige ondergrond.
  • Houd de kaars weg van gordijnen, papier en andere brandbare materialen.
  • Houd de kaars uit tocht, ventilatie en luchtstromen.
  • Laat een brandende kaars nooit onbeheerd achter.
  • Houd kinderen en huisdieren uit de buurt.
  • Houd het smeltbad vrij van lucifers, lontresten en vuil.
  • Verplaats een brandende kaars of vloeibare was niet.
  • Volg de maximale brandduur op het veiligheidslabel.
  • Doof de kaars volledig voordat je de ruimte verlaat.
  • Stop met branden voordat de vlam te dicht bij de bodem van het recipiënt komt.
  • Gebruik nooit water om een kaars te doven.

Geschikte beginnersprojecten

  • Ongeparfumeerde kaars in een pot
  • Eenvoudige sojawaskaars
  • Theelichtjes
  • Kleine stompkaars
  • Eenvoudige vormkaars
  • Kaars met één kleur
  • Tweelaagse kaars
  • Waxmelts zonder lont

Moeilijkheidsgraad

Beginner tot gemiddeld

Een eenvoudige ongeparfumeerde potkaars is geschikt voor beginners. Het nauwkeurig afstemmen van lont, geur, kleur, was en recipiënt vraagt meer ervaring en uitgebreide brandtests.

Geschikt voor

Volwassenen. Jongeren kunnen uitsluitend onder rechtstreeks toezicht meehelpen met koude voorbereidingen. Het smelten en gieten van hete was wordt door een volwassene uitgevoerd.

Gerelateerde technieken

  • Waxmelts maken
  • Kaarsen dompelen
  • Kaarsen rollen met bijenwas
  • Kaarsen decoreren
  • Zeep gieten
  • Werken met siliconenmallen
  • Geurproducten maken

Wat heb je nodig?

  • Kaarsenwas
  • Geschikte kaarslonten
  • Een kaarsenmal of kaarsbestendig recipiënt
  • Lontvoetjes
  • Lontstickers of geschikte lontlijm
  • Een lontcentreerder
  • Een smeltkan of gietkan
  • Een warmtebron of speciale wassmelter
  • Een nauwkeurige thermometer
  • Een digitale weegschaal
  • Een roerspatel
  • Hittebestendige handschoenen
  • Bescherming voor de werktafel
  • Eventueel kaarskleurstof
  • Eventueel geurstof die voor kaarsen geschikt is
  • Etiketten om proefkaarsen te markeren
  • Een schaar of lontknipper

Tips voor beginners

  • Begin met een complete kaarsenmaakset of één afgestemd systeem.
  • Kies eerst een eenvoudige potkaars zonder kleur of geur.
  • Gebruik was, lont en recipiënt van een leverancier met duidelijke verwerkingsinformatie.
  • Weeg alle ingrediënten nauwkeurig.
  • Gebruik altijd een thermometer.
  • Noteer iedere samenstelling en temperatuur.
  • Voeg nooit meer geur of kleur toe dan aanbevolen.
  • Houd de lont tijdens het gieten exact in het midden.
  • Laat de kaars langzaam en ongestoord afkoelen.
  • Respecteer de aanbevolen uithardingstijd.
  • Maak eerst een proefkaars voordat je meerdere exemplaren giet.
  • Verander tijdens een test slechts één onderdeel tegelijk.
  • Gebruik een veiligheidslabel.
  • Test ook kaarsen die je cadeau wilt geven.

Veelgemaakte fouten

  • De lont staat niet in het midden
  • Een scheve lont kan ervoor zorgen dat de kaars aan één kant sneller smelt en het recipiënt plaatselijk te heet wordt.
  • Gebruik een lontcentreerder en controleer de positie vlak na het gieten.
  • Een willekeurige lontmaat kiezen
  • Een lont wordt niet alleen op basis van de hoogte van de kaars gekozen.
  • Houd rekening met was, diameter, geurstof, kleurstof en recipiënt. Gebruik een maattabel en voer brandtests uit.
  • Te veel geurstof toevoegen
  • Meer geurstof betekent niet automatisch een sterkere geurkaars. Een teveel kan de was verzadigen en het brandgedrag verstoren.
  • Blijf onder de maximale hoeveelheid van de fabrikant.
  • De was te heet maken
  • Oververhitting kan de kwaliteit van de was, kleur en geur beïnvloeden en vergroot het risico op brandwonden en brand.
  • Gebruik een thermometer en respecteer de maximale verwerkingstemperatuur.
  • De kaars te snel laten afkoelen
  • Sterke temperatuurschommelingen kunnen scheuren, kuilen en slechte hechting veroorzaken.
  • Laat de kaars op een tochtvrije plaats bij een gelijkmatige kamertemperatuur afkoelen.
  • Een ongeschikt glazen potje gebruiken
  • Niet ieder glazen recipiënt is bestand tegen de warmte van een kaars.
  • Gebruik uitsluitend recipiënten die voor kaarsen zijn ontworpen.
  • Brandbare versieringen toevoegen
  • Gedroogde bloemen en andere decoraties kunnen vlam vatten zodra ze in het smeltbad of bij de lont terechtkomen.
  • Laat het oppervlak rond de lont vrij van brandbaar materiaal.
  • De kaars niet volledig testen
  • Een kaars kan tijdens de eerste brandsessie goed lijken te werken, maar later alsnog te heet of instabiel worden.
  • Test iedere nieuwe combinatie tot het einde.

Projecten met Kaarsen gieten

We voegen binnenkort inspirerende projecten met deze techniek toe.

Techniek Kaarsen gieten

Bij kaarsen gieten smelt je speciale kaarsenwas en giet je die rond een passende lont in een mal of kaarsbestendig recipiënt. Ontdek de materialen, het stappenplan en de belangrijkste veiligheidsregels