
Wat is breien?
Bij breien staan meerdere steken tegelijk op een breinaald. Met de andere naald haal je het garen door iedere steek, waardoor een nieuwe rij lussen ontstaat.
Door rechte en averechte steken op verschillende manieren te combineren, maak je onder andere ribbels, gladde vlakken, elastische boorden, kabels en structuurpatronen.
Je kunt heen en weer breien in rechte naalden of rondbreien zonder zijnaad.
Wat is het verschil tussen breien en haken?
Bij breien gebruik je meestal twee breinaalden en staan meerdere actieve steken tegelijk op de naald. Bij haken gebruik je één haaknaald en werk je doorgaans met één actieve lus.
Gebreid materiaal is meestal soepel en elastisch. Daardoor is het bijzonder geschikt voor kledingstukken, sokken, mutsen en andere draagbare projecten.
Haakwerk is doorgaans iets steviger en behoudt beter zijn vorm. Het uiteindelijke resultaat hangt ook af van het garen, de naalddikte en de gebruikte steek.
Wat kun je breien?
- Sjaals en cols
- Mutsen
- Truien en vesten
- Sokken
- Handschoenen en wanten
- Babydekentjes
- Dekens en plaids
- Kussens
- Hoofdbanden
- Beenwarmers
- Knuffels
- Poppenkleding
- Vaatdoekjes
- Tassen
- Woonaccessoires
Soorten breinaalden
Rechte breinaalden
Rechte breinaalden worden meestal gebruikt om heen en weer te breien. Ze zijn geschikt voor sjaals, rechte lappen en afzonderlijke onderdelen van kledingstukken.
Bij een groot of zwaar project kan het gewicht van het breiwerk belastend worden voor handen en polsen.
Rondbreinaalden
Een rondbreinaald bestaat uit twee korte naaldpunten die met een flexibele kabel verbonden zijn.
Je kunt ermee rondbreien, maar ook gewoon heen en weer breien. Het gewicht van een groter project rust grotendeels op de kabel, waardoor rondbreinaalden comfortabel kunnen zijn voor dekens en kledingstukken.
Naalden zonder knop
Naalden zonder knop, ook wel sokkennaalden genoemd, hebben aan beide uiteinden een punt. Ze worden meestal per vier of vijf gebruikt om kleinere omtrekken rond te breien.
Ze zijn geschikt voor sokken, mouwen, handschoenen en de bovenkant van mutsen.
Verwisselbare rondbreinaalden
Bij een verwisselbare set kun je verschillende naaldpunten en kabellengtes combineren. Dit is handig wanneer je veel verschillende projecten maakt.
Kabelnaald
Een kabelnaald is een korte hulpnaald waarmee enkele steken tijdelijk voor of achter het breiwerk worden gehouden. Zo ontstaan gedraaide kabelpatronen.
Materiaal van de breinaalden
Hout en bamboe
Houten en bamboe naalden voelen warm aan en bieden meer grip. Daardoor glijden steken minder gemakkelijk van de naald.
Ze zijn prettig voor beginners en voor gladde garens.
Metaal
Metalen naalden hebben een glad oppervlak. De steken schuiven gemakkelijk over de naald, waardoor je sneller kunt breien.
Bij zeer glad garen kunnen steken ook gemakkelijker onbedoeld van de naald glijden.
Kunststof
Kunststof naalden zijn licht en verkrijgbaar in veel diktes. Vooral zeer dikke breinaalden worden vaak van kunststof gemaakt.
Het juiste garen kiezen
Katoen
Katoen geeft een duidelijk stekenbeeld en voelt koel aan. Het is geschikt voor zomerkleding, vaatdoekjes, babydekentjes en woonaccessoires.
Katoen is minder elastisch dan wol en kan bij grotere kledingstukken zwaarder aanvoelen.
Acryl
Acrylgaren is verkrijgbaar in veel kleuren en is doorgaans gemakkelijk te onderhouden. Het is geschikt voor oefenprojecten, dekens, sjaals en mutsen.
Wol
Wol is warm, veerkrachtig en elastisch. Het materiaal is geschikt voor winterkleding, sokken, sjaals en mutsen.
Controleer altijd de samenstelling en wasvoorschriften. Niet iedere wolsoort kan in de wasmachine worden gewassen.
Gemengde garens
Gemengde garens combineren eigenschappen van verschillende vezels. Een mengsel van wol en acryl kan bijvoorbeeld warm, vormvast en gemakkelijker te onderhouden zijn.
Pluizige en decoratieve garens
Pluizig, harig of sterk gemêleerd garen kan een bijzonder effect geven, maar maakt het moeilijker om afzonderlijke steken te herkennen.
Gebruik voor een eerste breiproject bij voorkeur glad garen in een lichte, effen kleur.
De juiste naalddikte kiezen
Op de wikkel van het garen staat meestal een aanbevolen naalddikte. Dit is een goed vertrekpunt, maar ook je persoonlijke manier van breien heeft invloed.
- Met kleinere naalden wordt het breiwerk compacter en steviger.
- Met grotere naalden wordt het breiwerk losser en soepeler.
- Wie strak breit, heeft soms een grotere naald nodig.
- Wie los breit, kan een kleinere naald proberen.
Bij een patroon is de juiste stekenverhouding belangrijker dan de aanbevolen naalddikte op de wikkel.
Belangrijke basisbegrippen
Steken opzetten
Voordat je begint, plaats je het benodigde aantal steken op een breinaald. Dit heet steken opzetten.
Er bestaan verschillende opzetmethodes. Sommige zijn stevig, andere elastisch of decoratief. Voor een eerste project kun je een eenvoudige of klassieke opzet gebruiken.
Zet de steken niet te strak op. De eerste rij moet gemakkelijk in de opzetsteken kunnen worden gebreid.

- Maak een beginlus: leg een lus in het garen, trek een bocht van de draad naar de bol door die lus en zet de verstelbare lus op je naald. Laat een staart van ongeveer 15 cm hangen. Trek de lus passend aan, zodat ze nog over de naald kan schuiven. Deze lus telt als steek 1.
- Houd die naald links en de lege naald rechts. Steek de rechterpunt in de voorste lus zoals bij recht breien. Sla de draad van de bol om en haal een nieuwe lus door. Laat de bestaande steek op de linkernaald staan.
- Steek de linker naaldpunt in de achterkant van de nieuwe lus en neem de lus over op de linkernaald. Trek licht aan. Herhaal steeds in de laatst toegevoegde steek tot je het gewenste aantal hebt.
Recht breien
De rechte steek is een van de twee belangrijkste basissteken.
Bij recht breien bevindt de werkdraad zich meestal achter het breiwerk. De rechter breinaald wordt door de voorzijde van de steek gestoken, waarna de draad door de bestaande lus wordt gehaald.
Averecht breien
De averechte steek vormt aan de voorkant een horizontaal bobbeltje.
Bij averecht breien bevindt de werkdraad zich voor het breiwerk. De naald wordt in de steek gebracht en de draad wordt als een nieuwe lus door de bestaande steek gehaald.
Ribbelsteek
Wanneer je bij heen-en-weer breien iedere rij recht breit, ontstaat de ribbelsteek.
Dit patroon is stevig, ligt vrij vlak en is geschikt voor sjaals, dekens en eenvoudige oefenprojecten.
Tricotsteek
Voor tricotsteek brei je bij heen-en-weer breien afwisselend een rij recht en een rij averecht.
De voorkant toont gladde V-vormige steken. De achterkant bestaat uit horizontale bobbeltjes.
Tricotsteek kan aan de randen omkrullen. Dat is een natuurlijke eigenschap van deze stekencombinatie en niet noodzakelijk een fout.
Boordsteek
Bij boordsteek worden rechte en averechte steken binnen dezelfde rij afgewisseld, bijvoorbeeld één recht en één averecht of twee recht en twee averecht.
Boordsteek is elastisch en wordt vaak gebruikt aan de randen van mutsen, mouwen, sokken en truien.
Meerderen
Bij meerderen voeg je één of meer steken toe. Hierdoor wordt het breiwerk breder.
Je kunt meerderen door bijvoorbeeld in één steek twee steken te breien, een omslag te maken of de draad tussen twee steken op te nemen.
De gekozen methode beïnvloedt het uiterlijk van de meerdering.
Minderen
Bij minderen worden twee of meer steken samengebreid. Hierdoor wordt het breiwerk smaller.
De richting waarin een mindering helt, kan belangrijk zijn voor de vorm en symmetrie van een patroon.
Afkanten
Afkanten is het afsluiten van de laatste rij, zodat de steken niet losraken.
Brei de steken tijdens het afkanten niet te strak. Een te strakke afkantrand kan trekken en onvoldoende elastisch zijn.
Kantsteek
De eerste en laatste steek van een rij worden kantsteken genoemd. Ze vormen de zijkanten van het breiwerk.
Een patroon kan specifieke aanwijzingen geven voor het breien of afhalen van deze steken.
Heen-en-weer breien
Bij heen-en-weer breien werk je afwisselend aan de goede en verkeerde kant van het project.
Aan het einde van iedere rij:
- Brei je de laatste steek.
- Wissel je de naalden van hand.
- Draai je het breiwerk om.
- Begin je aan de volgende rij.
Let erop dat de werkdraad niet over de naald wordt getrokken. Hierdoor kan de eerste steek op twee lussen lijken en per ongeluk dubbel worden gebreid.
Rondbreien
Bij rondbreien worden de eerste en laatste opzetsteek met elkaar verbonden. Je blijft daarna in dezelfde richting verder breien.
Controleer vóór het sluiten van de eerste ronde of de opzet niet rond de naald of kabel is gedraaid. Een gedraaide opzet kan later niet zonder uithalen worden hersteld.
Plaats een steekmarkeerder bij het begin van de ronde.
Bij rondbreien ontstaat tricotsteek door iedere ronde recht te breien. Voor ribbelsteek wissel je doorgaans een ronde recht en een ronde averecht af.
Een breipatroon lezen
Breipatronen gebruiken afkortingen en symbolen. De schrijfwijze kan per patroon verschillen.
Veelgebruikte Nederlandse afkortingen zijn:
- st – steek of steken
- nld – naald
- r – recht
- av – averecht
- omsl – omslag
- 2 r samen – twee steken recht samenbreien
- 2 av samen – twee steken averecht samenbreien
- herh – herhalen
Tekst tussen sterretjes of haakjes moet meestal een bepaald aantal keren worden herhaald.
Lees vóór het begin altijd de volledige uitleg, gebruikte afkortingen, maatgegevens en bijzondere aanwijzingen.
De stekenverhouding
De stekenverhouding geeft aan hoeveel steken en rijen binnen een bepaalde afmeting vallen, meestal tien bij tien centimeter.
Deze verhouding is vooral belangrijk bij kledingstukken en projecten die exact moeten passen.
Een proeflapje maken
- Zet meer steken op dan nodig zijn voor tien centimeter.
- Brei een lapje in het patroon dat in de werkbeschrijving staat.
- Was en droog het proeflapje zoals je het afgewerkte project zult behandelen.
- Leg het lapje vlak zonder het uit te rekken.
- Tel het aantal steken en rijen binnen tien centimeter.
Heb je te veel steken binnen tien centimeter? Probeer dan een grotere naald.
Heb je te weinig steken? Probeer dan een kleinere naald.
Meet bij voorkeur in het midden van het proeflapje en niet langs de randen.
Stappenplan voor je eerste breiproject
1. Kies een eenvoudig project
Begin bijvoorbeeld met een sjaal, hoofdband, onderzetter of vaatdoekje.
Kies een patroon met rechte steken of een eenvoudige combinatie van recht en averecht.
2. Kies geschikt garen
Gebruik glad garen in een lichte kleur. Op de wikkel vind je informatie over de samenstelling, aanbevolen naalddikte, looplengte en wasvoorschriften.
3. Kies de breinaalden
Gebruik de naalddikte uit het patroon als vertrekpunt. Voor een recht project kun je rechte naalden of een rondbreinaald gebruiken.
4. Maak een proeflapje
Controleer bij een project met vaste afmetingen altijd de stekenverhouding.
Bij een eenvoudige sjaal is de exacte verhouding minder belangrijk, maar een proeflapje helpt wel om te beoordelen of je het breiwerk mooi en aangenaam vindt.
5. Zet de steken op
Zet het aantal steken uit het patroon op. Houd voldoende ruimte tussen de steken, zodat de eerste rij gemakkelijk kan worden gebreid.
6. Brei de eerste rijen
Brei langzaam en controleer na iedere rij het aantal steken. Plaats indien nodig steekmarkeerders tussen verschillende patroondelen.
7. Meet tijdens het breien
Leg het werk regelmatig vlak neer en meet de breedte en lengte zonder eraan te trekken.
Controleer ook of de zijkanten recht blijven en het patroon correct wordt herhaald.
8. Kant de steken af
Kant de laatste rij gelijkmatig en niet te strak af.
Voor boorden, sokken en halsopeningen kan een elastische afkantmethode nodig zijn.
9. Werk de draden weg
Laat bij een kleurwissel of het afknippen voldoende draad over. Rijg het uiteinde door een wolnaald en werk het aan de achterkant door meerdere steken.
10. Span of blok het werk
Maak het project volgens de wasvoorschriften vochtig of was het voorzichtig. Breng het in de juiste vorm en laat het liggend drogen.
Blokken kan steken gelijkmatiger maken en helpt om de juiste vorm en afmetingen te bereiken.
Geschikte beginnersprojecten
- Proeflapje met rechte en averechte steken
- Sjaal in ribbelsteek
- Hoofdband
- Col
- Onderzetter
- Vaatdoekje
- Eenvoudige muts
- Rechthoekig kussen
- Babydekentje
- Polswarmers
- Eenvoudige poppensjaal
Moeilijkheidsgraad
Beginner
Recht en averecht breien zijn eenvoudig aan te leren. Kledingstukken, sokken, kabels, kleurwerk en ajourpatronen vragen meer oefening.
Geschikt voor
Jongeren en volwassenen. Kinderen kunnen onder begeleiding beginnen met dikke naalden, lichtgekleurd garen en een klein recht project.
Gerelateerde technieken
- Haken
- Tunisch haken
- Vingerbreien
- Punniken
- Weven
- Borduren
- Pompons maken
Wat heb je nodig?
- Geschikt breigaren
- Breinaalden
- Een schaar
- Een wol- of stopnaald
- Steekmarkeerders
- Een meetlint
- Een patroon of werkbeschrijving
- Eventueel een toerenteller
- Eventueel een stekenhouder
- Eventueel een kabelnaald
- Eventueel een haaknaald om fouten te herstellen
Tips voor beginners
- Begin met licht, glad en middelmatig dik garen.
- Gebruik houten of bamboe naalden wanneer steken snel wegglijden.
- Zet steken niet te strak op.
- Tel regelmatig het aantal steken.
- Markeer het begin van een ronde.
- Noteer na iedere breisessie bij welke rij je bent gebleven.
- Maak bij kledingstukken altijd een proeflapje.
- Bewaar de garenwikkel totdat het project klaar is.
- Koop voor grotere projecten voldoende garen uit hetzelfde verfbad.
- Controleer regelmatig of je nog volgens het patroon werkt.
- Herstel een fout zodra je hem ontdekt.
- Neem regelmatig pauze en ontspan handen en schouders.
- Bewaar onafgewerkte projecten met beschermers op de naaldpunten.
Veelgemaakte fouten
- Te strak breien
- Wanneer de steken moeilijk over de naald schuiven, brei je waarschijnlijk te strak.
- Probeer de draad minder hard aan te trekken of gebruik tijdelijk een iets grotere breinaald.
- Te los breien
- Losse steken kunnen een onregelmatig en slap resultaat geven.
- Probeer de werkdraad gelijkmatiger te begeleiden of gebruik een kleinere naald.
- Steken verliezen
- Een steek kan van de naald vallen en zich naar beneden toe verder losmaken.
- Stop zodra je een gevallen steek ontdekt. Zet de lus veilig op een steekmarkeerder of herstel ze met een haaknaald.
- Per ongeluk steken toevoegen
- Dit gebeurt vaak wanneer de draad aan het begin van een rij over de naald wordt getrokken. De eerste steek lijkt dan op twee aparte lussen.
- Laat de werkdraad onder de naald hangen en controleer de eerste steek voordat je verder breit.
- Gedraaide steken
- Een steek kan verkeerd om op de naald staan of door de verkeerde lus worden gebreid. Hierdoor kruisen de benen van de V-vorm.
- Controleer hoe de steek op de naald ligt en steek de naald volgens het patroon in.
- Vergeten welke rij je breit
- Gebruik een toerenteller of maak na iedere voltooide rij een aantekening.
- Bij een herhalend patroon kun je steekmarkeerders en een papieren patroonregel gebruiken.
- De verkeerde naalddikte kiezen
- De aanbevolen naalddikte is slechts een vertrekpunt. Je eigen draadspanning bepaalt welke maat nodig is om de gevraagde stekenverhouding te bereiken.
- Geen proeflapje maken
- Een klein verschil in stekenverhouding kan bij een trui of vest meerdere centimeters verschil veroorzaken.
- Maak en behandel het proeflapje op dezelfde manier als het uiteindelijke project.
- Tricotsteek krult om
- Tricotsteek krult van nature. Voeg een rand met ribbelsteek, boordsteek of een ander stabiel patroon toe wanneer het werk vlak moet blijven.
- Te strak afkanten
- Een te strakke afkantrand kan trekken of onvoldoende rekken.
- Kant losser af, gebruik een grotere naald of kies een elastische afkantmethode.
- Veilig en comfortabel werken
- Bewaar breinaalden, scharen, spelden en wolnaalden buiten het bereik van jonge kinderen.
- Laat kinderen onder begeleiding werken en kies korte, niet te scherpe naalden die bij hun leeftijd en vaardigheid passen.
- Neem tijdens lange breisessies regelmatig pauze. Wissel van houding en ontspan vingers, polsen, schouders en nek. Stop bij aanhoudende pijn of gevoelloosheid.
- Controleer bij projecten voor baby’s en jonge kinderen zorgvuldig alle naden en decoraties. Vermijd gemakkelijk loskomende onderdelen.
Projecten met Breien
We voegen binnenkort inspirerende projecten met deze techniek toe.
Techniek Breien
Breien is een veelzijdige handwerktechniek waarbij je met garen en twee breinaalden een soepel geheel van onderling verbonden lussen maakt. Met de basissteken recht en averecht kun je al talloze patronen en structuren vormen.
Van een eenvoudige sjaal tot sokken, dekens en complete kledingstukken: breien kan zo eenvoudig of uitgebreid worden als je zelf wilt.
