Onderzetter borduren op plastiekstramien

Seizoen of moment: Herfst, Kerstmis, Lente, Winter, ZomerDoelgroep: Tieners, VolwassenenMoeilijkheid: BeginnerTijdsduur: 3 uur 15 minVeiligheid: Veiligheidsinfo

Maak een gezellige onderzetter met een eenvoudig dambordpatroon. Je borduurt afwisselend lichte en groene blokjes op stevig plastiekstramien en werkt de rand af in een warme baksteenrode kleur. Een fijn project om de halve kruissteek en een nette randafwerking te oefenen.

Gebruikte technieken

Lees de basis op Plastiekstramien. De halve kruissteek en de overhandse randsteek vind je ook bij Veelgebruikte steken.

Benodigdheden

Materiaal uit de webshopVoorzien
Plastiekstramien stijf 30,5 x 46 cm1 vel; je gebruikt een vierkant van 29 x 29 gaatjes
Scheepjes Catona 505 Linen, 25 g1 bol voor kleur A
Scheepjes Catona 525 Fir, 25 g1 bol voor kleur B
Scheepjes Catona 504 Brick Red, 25 g1 bol voor de rand

Daarnaast: een stompe borduurnaald met groot oog die soepel door het stramien gaat, een stevige knutselschaar voor de kunststof, een schaartje voor de draad, liniaal en een uitwisbare markering. Optioneel: een restje vilt en een geschikte naald met naaigaren voor de achterkant.

Werk met twee draden Catona naast elkaar. De bollen zijn aankoophoeveelheden; je gebruikt per kleur slechts een deel. Doe eerst het proefje uit stap 1.

Het ontwerp telt 28 x 28 steken: 784 in totaal. Kleur A en kleur B tellen elk 392 steken. De baksteenrode rand komt buiten dit patroon.

RijenKolom 1–78–1415–2122–28
1–7ABAB
8–14BABA
15–21ABAB
22–28BABA

A = Linen 505. B = Fir 525. Rand = Brick Red 504.

Exact telpatroon: één vakje is één steek, niet één gaatje

Stappenplan

1. Controleer het stramien en maak een proefje

Dit ontwerp is bedoeld voor 7-mesh plastiekstramien: ongeveer 7 rasterafstanden per 2,54 cm. Controleer de verpakking of meet de afstand tussen het midden van gaatje 1 en gaatje 8; die is ongeveer 2,54 cm. Op fijner stramien wordt dezelfde tekening kleiner. Borduur eerst 5 x 5 steken op een restje met twee draden Catona naast elkaar. De steken moeten het raster mooi bedekken en de naald moet soepel door de gaatjes gaan. Kies bij onvoldoende dekking een iets dikker passend garen en test opnieuw.

2. Tel en knip het vierkant

Tel 29 gaatjes in de breedte en 29 in de hoogte. Markeer de vier hoeken en tel opnieuw voordat je knipt. Knip direct buiten de spijltjes die deze 29 x 29 volledige gaatjes omsluiten. Knip de buitenste rij gaatjes niet open. Verwijder uitstekende restjes voorzichtig zonder de rand te beschadigen. Tussen 29 gaatjes liggen 28 steekposities.

3. Lees het dambordpatroon

Elk vakje op het telpatroon stelt één diagonale steek voor. Begin linksboven met A, de lichte kleur. De eerste zeven rijen bestaan telkens uit 7 steken A, 7 steken B, 7 steken A en 7 steken B. Voor rij 8 tot en met 14 wissel je de kleuren om. Herhaal die twee stroken voor rij 15 tot en met 28. Elk groot kleurblok telt 7 x 7 steken.

4. Zet de draad vast

Knip twee stukken garen van ongeveer 50 cm en rijg ze samen door het oog; vouw ze niet nog eens dubbel. Laat achteraan ongeveer 4 cm draad liggen. Houd de uiteinden op de achterkant in de baan van je eerste steken en borduur eroverheen, zodat ze vastzitten. Maak geen dikke knoop: de onderzetter moet vlak blijven.

5. Borduur het eerste blok

Gebruik de halve kruissteek. Kom van achteren naar voren door het gaatje linksonder van de eerste steekpositie en steek schuin naar rechtsboven weer naar achteren. Kom voor de volgende steek omhoog in het gaatje direct onder het vorige eindpunt. Borduur zeven steken van links naar rechts. Alle zichtbare diagonalen lopen dezelfde kant op. Hecht af door de draad achteraan onder vier tot vijf bestaande steken te schuiven. Begin de volgende rij opnieuw links; draag geen lange losse draad terug over de hele rij. Herhaal tot het blok zeven rijen hoog is

De gestippelde verbinding ligt aan de achterkant.

6. Vul het hele dambord

Borduur het aangrenzende blok in kleur B. Werk blok voor blok volgens het telpatroon en hecht bij elke kleurwissel netjes af. Neem dezelfde kleur later opnieuw aan; trek geen lange draad over de achterkant van een ander kleurvlak. Trek de draad gelijkmatig aan, maar niet zo strak dat het stramien kromtrekt. Controleer na elke rij blokken of het werk vlak ligt.

7. Werk de buitenrand af

Gebruik twee draden Brick Red naast elkaar. Zet de begindraad vast onder enkele steken aan de achterkant. Steek van achteren naar voren door een gaatje langs de buitenrand, leg de draad over de kunststofrand en steek via de achterkant door het volgende randgaatje naar voren. Herhaal rondom. In elke hoek maak je twee of drie steken door hetzelfde hoekgaatje, zodat de hoek bedekt is. Voeg alleen waar nodig een extra steek toe om zichtbaar plastiek te bedekken. Trek de rand niet samen.

8. Hecht af en controleer

Schuif de laatste draad onder vier tot vijf steken aan de achterkant en knip het overschot af. Controleer of alle uiteinden vastzitten, het werk vlak ligt en er geen scherpe kunststofpuntjes uitsteken. Je kunt een stukje vilt iets kleiner dan de onderzetter met kleine steekjes aan de achterkant vastzetten. Zo bedek je de achterzijde zonder een droogtijd voor lijm.

Tips en variaties

  • Maak een set van vier en wissel de randkleur af.
  • Gebruik voor een rustigere uitstraling dezelfde kleur voor de rand en de donkere blokjes.
  • Maak een tussentijdse foto om je blokken en kleurwissels te controleren.
  • Neem regelmatig een korte pauze: tellen gaat beter met frisse ogen.

Gebruik en onderhoud

Gebruik de onderzetter voor drinkglazen en gewone mokken. Hij is niet bedoeld als onderzetter voor hete pannen, ovenschalen of kaarsen. Dep gemorste vloeistof weg, reinig voorzichtig met een licht vochtige doek en laat plat drogen. Niet strijken of verhitten. Laat kinderen begeleiden bij het knippen en het werken met de naald.

Zin in een volgend project?

Bewaar je restjes stramien en garen. Je kunt dezelfde techniek later gebruiken voor kleine hangertjes, een boekenlegger of een doosje.